Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of liet hoogere orgaan, dat liet besluit van een lagere autoriteit vernietigt, gaat daarbij van tweeërlei overwegingen uit: van overwegingen, ontleend aan liet publieke recht, volgens welke liet genomen besluit onwettig is; of van overwegingen, ontleend aan liet vrije goedvinden der administratie, volgens welke het genomen besluit ondoelmatig is.

Nu kunnen bedenkingen der laatste soort ten aanzien van rechterlijke besluiten nimmer rijzen. Zij zijn immens steeds, besluiten, die ingevolge de wet genomen moeten worden en wier inhoud uitsluitend door de wet wordt bepaald (artt. 184 en 185 Ontw.). Het goedvinden der administratie is te hunnen aanzien volkomen uitgesloten. En wat juridieke bezwaren der administratie betreft, zij moeten wijken voor de uitspraak van den rechter, den eenigen bevoegden beoordeelaar der wet. l)e onherroepelijkheid van het rechterlijk besluit wordt derhalve nimmer, noch voor het administratief orgaan, dat de rechter verving, noch voor het hoogere controleerend bestuursorgaan een knellende band.

Wel te onderscheiden van de vernietiging, intrekking of wijziging van een besluit zelf, is het nemen van een nieuw besluit, dat, voor het vervolg, de door een besluit teweeggebrachte rechtsgevolgen wijzigt of opheft.. Vergunningen, door een besluit verleend, kunnen bijv. bij een nieuw besluit worden gewijzigd of opgeheven, zoodra zich bepaalde omstandigheden voordoen. Zulk eene wijziging of opheffing van teweeggebrachte rechtsgevolgen laat het oude besluit in stand. Wat de administratie in dit opzicht ten aanzien van hare eigene besluiten mag doen, staat haar daarom- ook ten aanzien van rechterlijke besluiten vrij; zij raakt daarbij niet aan liet rechterlijk besluit zelf. Slechts zal de administratie, waar zij door nieuwe besluiten op de rechtsgevolgen van rechterlijke besluiten inwerkt, evenals bij hare eigene besluiten, de grens in aclit moeten nemen, door de bindende kracht dier besluiten gesteld. Alleen dan en in zoo ver zal zij in dip rechtsgevolgen mogen ingrijpen, als de rechtskracht van het besluit zulks toelaat. De administratie zal ongetwijfeld hier de schreef wel eens kunnen overschrijden. Dergelijk machtsmisbruik vindt echter zijn straf. Op ingesteld beroep zal de administratieve rechter het besluit der administratie, dat de rechtskracht van zijn besluit aantast, onwettig verklaren.

Met het oog op het gewicht der zaak dient de bevoegdheid deiadministratie, de rechtsgevolgen van rechterlijke besluiten op te hefïen of te wijzigen, in de wet erkend te worden. Het ontwerp verklaart daarom rechterlijke besluiten voor intrekking en wijziging vatbaar, voor zoover deze intrekking of wijziging niet t er u g w e r k t. In de nog gebrekkige terminologie van liet publiek recht heet namelijk ook liet opheffen of wijzigen van rechtsgevolgen kortweg intrekken of wijzigen van een besluit. Aan dit spraakgebruik diende het ontwerp zich te houden. Misverstand voorkwam liet bovendien door intrekking of wijziging met terugwerkende kracht uit te -sluiten. Zulk eene intrekking of wijziging is toch niets anders dan de ■— ten aanzien van rechterlijke besluiten ongeoorloofde •— intrekking of wijziging van het besluit zelve. Yg. art. 280 Ontw. I.

Sluiten