Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Memorie van Toelichting

Algemeene beschouwingen.

§ 1. De samenstelling der gerechten in het algemeen.

Het personeel van een gerecht moet aan den te verrichten arbeid evenredig zijn. Deze arbeid wisselt echter in ilen loop der jaren. De wettelijke voorschriften, die de organisatie der gerechten vaststellen, moeten derhalve zekere speling laten. Waar vermeerdering van werkzaamheden voor de deur staat, moet uitbreiding van personeel mogelijk zijn. Waar vermindering intreedt, moeten plaatsen onvervuld gelaten kunnen worden.

Dat. zijn de overwegingen, waarop de in dit ontwerp voorgedragen organisatie der gerechten berust. Voor ieder gerecht is het aantal ambtenaren opgenoemd, dat daarbij kan worden aangesteld. Dit aantal is bepaald in verband met de eischen van het oogenblik, en, als stijging van werkzaamheden te wachten staat, ook van de toekomst.

De werkzaamheden van een gerecht kunnen inkrimpen. Ook daarmee werd gerekend. Behalve waar het geldt plaatsen, die noodzakelijk vervuld moeten worden, zooals bijvoorbeeld die van voorzitter van een college, is het aantal der te vervullen plaatsen slechts maximaal^ bepaald. De werkelijke samenstelling van een gerecht kan dus blijven beneden de door het ontwerp geoorloofde. En zij kan zooveel daaronder blijven, als de verminderde werkkring van het betrekkelijk gerecht gedoogt. Eene verplichte maximale samenstelling, gelijk de tegenwoordige wet op de samenstelling der gerechten enz. van 9 April 1877 (,Staatsblad n°. 79) telkens voorschrijft, is namelijk — behalve waar het noodzakelijk te vervullen plaatsen betreft ■— aan dit Ontwerp onbekend. Ygl. artt, 61 en 110 met daarbij belioorende staten R, O., benevens art. 1 Wet 9 April 1877 (Staatsblad n°. 79); artt. 1, 2 en .3 Ontw. III.

§ 2. De samenstelling van den hoogen raad, de gerechtshoven, de rechtbanken en de kantongerechten.

Hoe sterk zal nu het personeel van de gerechten zijn, bepaaldelijk

Sluiten