Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maatregel van bestuur geschieden. En om de tien jaar zal deze algemeen© maatregel van bestuur herzien worden. Daar de maatstaf ter indeeling in de wet zal worden vastgelegd, kan de opdracht der iiuleeling aan de Kroon bezwaarlijk bedenkingen doen rijzen. Yg. artt. 4—7 Ontw. III benevens de Bijlage.

§ 6. De jaarwedden der griffiers en substituut-griffiers, benevens die der ambtenaren van het openbaar ministerie bij de kantongerechten.

Bij de vaststelling van de griffiers-wedden gaat het ontwerp van de veronderstelling uit, dat, tegelijk met de invoering der nieuwe wetgeving, de griffiers-emolumenten zullen vervallen. Be thans genoten salarissen moesten dus verhoogd worden.

Wat de wedden van de griffiers der kantongerechten betreft, zij zijn zoo hoog gesteld, dat zij, na verloop van 10 jaren, tot het aanvangssalaris van den kantonrechter stijgen. In overeenstemming daarmee bepaalt het ontwerp de salarissen van de griffiers der colleges op dezelfde som, als door de leden daarvan genoten wordt. Behalve bij den lioogen raad, blijft dus hunne wedde, evenals die van hunne collega's bij de kantongerechten, f 1000 beneden het salaris van het hoofd van liet gerecht. Yg. artt. 1—4 Ontw. III.

Yoor de wedden van de griffiers bij de kantongerechten te Rotterdam, 's-Grravenliage en Amsterdam vg. M. v. T. op art. 4 Ontw. III.

])e wedden van de substituut-griffiers zijn behoudens de vijf tweejaarlijksche verhoogingen niet f 200 - ongewijzigd gehandhaafd. Slechts in zooverre is hiervan afgeweken, als de aaiivaiigswedde van de substituut-griffiers bij de rechtbanken te Rotterdam en te Amsterdam, in plaats van op f 1800, op f 1500 is bepaald. De verhooging, die hun salaris na iedere twee jaar dienst zal ondergaan, vergunt ook hier het minimum op f 1500 te stellen. Een maximum-salaris van f 2800 ware bovendien voor een substituut-griffier te hoog. A g. de wet van 24 Juli 1903 (Staatsblad n°. 234).

Een overgangsbepaling (art. 20 Ontw. III) waarborgt eindelijk aan de tegenwoordige substituut-griffiers te Rotterdam en te Amsterdam het behoud van het thans genoten traktement, totdat de nieuwe wedde, tengevolge van de tweejaarlijksche verhoogingen, boven liet bedrag van f 1800 zal gestegen zijit. Yg. ook artt. 3 en 10 Ontw. III.

De ambtenaren van liet openbaar ministerie bij de kantongerechten genieten thans een aanvangssalaris van f 1200, dat na iedere 3 jaar dienst, telkens met f 400, tot een maximum van f 2000 stijgt. Er bestaat geene aanleiding, deze regeling als uitzondering op liet ontworpen stelsel der vijf tweejaarlijksche verhoogingen te handhaven. Voortaan zullen de bedoelde ambtenaren dus vijfmaal, telkens na twee jaar dienst, f 200 meer ontvangen. Maar dit is niet de eenige wijziging in hunne salarisregeling. Hun tegenwoordig aanvangstraktement (f 1200) moet ook verhoogd worden. Immers, deze ambtenaren zijn öf werkzaam bij een enkel gerecht, waarbij veel omgaat, öf bij een complex van gerechten. In billijkheid kunnen zij dus niet, wat bezoldiging aangaat, met de griffiers bij de kantongerechten der derde klasse wor-

Sluiten