Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaam is ze met et. Hultenberg heeft alleen grand et grand uit Malherbe, maar in Diez zijn Grammaire (II3, 465) vindt men ook petit e'petit. Bovengenoemd verbindings-Gfe wint met den dag veld. Zoo heeft Gyp herhaaldelijk jamais de jamais, doch zelfs sapristi de sapristi, cristi de cristi, fichtre de fichtre of zut de zut! zijn niet ongewoon meer.

In de laatste plaats geeft Robert: „la répétition du substantif dont le second est precédé de la préposition de" zooals in l'ombre de l'ombre d'un doute. Of we hier de als voorzetsel hebben, laat ik in 't midden, daar het heele geval eigenlijk hier niet thuis hoort. Eerder had dan toch gewezen moeten worden op bijv. ivre-mort, ivre-bleu of op zegswijzen ais plus qu'heureux, mille fois bonne, savant au dela de tout, pourri de chic, salé comme tous les diables, enz. gezwegen nog van de versterkende vergelijkingen, waarover Robert zelf zoo'n mooie studie gegeven heeft in zijn Questions meen ik.

Wat verder (p. 141 § 4) zegt Robert, dat nu nog de comparatief plus puissants voor les plus puissants wel eens voorkomt: ik meen ook 'n geval gevonden te hebben van 't adverbiale gebruik hiervan in Hermant, Le Faubourg, III, 1: „Ce qu'ils regrettaient plus, c'était pas leurs meubles, c'était le c^risier."

Ten slotte een opmerking over chic, indéclinable au féminin, mais variable au pluriel, zooals uit de voorbeelden blijkt. Toch komt ook de vrouwelijke vorm aan den dag in het bijw. chiquement.

Sluiten