Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat hij schijnt. Is dis que je suis généreux wel iets anders dan 'n vermomde vraag = ne suis je pas généreux? of je suis généreux n'est-ce pas?

Over het gebruik van den passé défini en den imparfait zullen de grammairiens het al even min in de eerste honderd jaar eens worden als over de quaestie subjonctief of geen subjonctief, tenzij het beginsel der spreektaal, door Herckenrath aangegeven: de passé défini wordt in het spreken nooit gebruikt (pag. 50) ook in de schrijftaal ingang vindt. Of in de spreektaal inderdaad dit verschijnsel waar te nemen valt, meen ik te moeten betwijfelen, doch al heeft Herckenrath hier gelijk, dan maakt hij zich nog aan een kleine inconsequentie schuldig in zijn boekje. Immers op pag. 47 heette het: in het Fransch mag men nooit vertellen in den imparfait, terwijl dan toch op pag. 52 de leerling het verschil moet aangeven tusschen:

1 Je donnai un coup de pied a mon chien, qui aboyait avec fureur.

2 Je donnai un coup de pied a mon chien, qui aboya avec fureur.

Is dat soms geen spreektaal-Fransch? Het algemeene beginsel, dat hier alles beheerscht, is, zegt Herckenrath reeds in de voorrede, het onderscheid tusschen beschrijvende tijden en historische tijden. Goed, maar dat onderscheid te zien, zal wel voor den leerling even moeilijk blijven, als antwoord te geven op de „gekke" — Herckenrath zegt zelfs „heel gek" — vragen: qu'est-ce qui était en qu'est ce qui arriva ?

Ook Robert geeft een algemeen kenmerk aan dezer twee tijden, uitgaande van nous partons [aujourd'hui] als antwoord op de vraag: gaat ge op reis? gericht tot iemand, dien men bezig ziet met pakken en den uitroep nous partons! op 't oogenblik, dat de trein zich in beweging zet. Het eerste noemt hij présent continu, het laatste présent momentané.

Sluiten