Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor wat betreft eene onvoldoende, onoordeelkundige wijze van begraven, sluit ik mij volkomen aan bij de zienswijze van de » Wissenschaftliche Deputation für das Medizinalwezen in Preuszen", (Vierteljahrsschrift für gerichtliche Medizin, April 1891, Berlin, A. Hirschwald), waar deze het begraven voor de gezondheid gevaarlijk noemt, wanneer:

i°. de bodem van het eigenlijke graf, waar het ontbindingsproces plaats heeft, niet voor lucht toegankelijk en betrekkelijk droog is;

2°. de aardlaag daarboven niet hoog genoeg is en te veel lucht toelaat;

30. de aardlaag onder het graf in verbinding staat met het grondwater, hetzij altijd, hetzij somtijds;

4°. dat grondwater op zijn weg naar eene pomp of put door den bodem niet genoeg gefiltreerd of van zijn schadelijke bestanddeelen gezuiverd wordt;

50. de graven niet diep genoeg zijn en een kwalijk riekenden geur verspreiden;

6°. zich in de nabijheid woningen bevinden;

70. de graven te dicht bij elkander zijn gelegen;

8°. te veel lijken in één graf bijeen liggen;

9°. het graf te vroeg opnieuw wordt gebruikt, n.1. voordat het ontbindingsproces geheel is afgeloopen.

Nu zal men niet kunnen ontkennen, dat onze Begrafeniswet met de hiervoren genoemde, zeker niet te laag gestelde eischen, op voldoende wijze rekening houdt.

Uit de volgende bepalingen moge dit blijken.

»Geene begraafplaats wordt aangelegd dan op een afstand van ten minste 50 M. van elke bebouwde kom eener ge• meente" (art. 16, ie lid)1).

1) .Naar plaatselijke omstandigheden moet worden beoordeeld, of toegestaan kan worden, dat dichter dan op een afstand van 50 M. van eene begraafplaats worde gebouwd. Het verlof kan niet worden toegestaan, wanneer in de eerste plaats de toch reeds belemmerde luchtstroom over de begraafplaats nog meer zou worden belemmerd en in de tweede plaats de te bouwen huizen zouden komen te staan langs een sloot, die in gemeenschap staat met grondwater der begraafplaats". (K. B. van 14 Maart I9°'> n°* 7^)*

Sluiten