Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot het constateeren van uitwendig waarneembare verwordingen, dikwijls zal men er ook de inwendige sporen van plaats gehad hebbende vergiftiging door kunnen ontdekken.

Aan een uitnemend opstel van Dr. E. Starb, voorkomende in het «Archiv. für Kriminale Anthropologie" ontleen ik gegevens betreffende de vraag, welke beteekenis aan de exhumatie moet worden toegekend, waar het vermoeden van vergiftiging in het spel is; en wordt er op gewezen, dat het juist de organische vergiften zijn, die daarbij in de eerste plaats onze aandacht vragen.

Eene statistiek op initiatief van Casimir Périer en Gambetta in 1880 in Frankrijk opgemaakt, leverde als resultaat, dat van 617 vergiftigingsgevallen, loopende over eene periode van 10 jaren, er 105 door organische vergiften waren veroorzaakt.

Een nog omvangrijker statistiek werd geleverd door Koppel. Deze stelde een lijst samen van de vergiftigingen, die tusschen de jaren 1880 en 1890 over de geheele wereld ter openbare kennis waren gekomen, en bevond, dat in 900 van de hem bekende 2297 gevallen, gebruik was gemaakt van alcaloïden.

Voornamelijk zijn het morphine, opium, atropine, cocaïne en strychnine, waaraan de giftmengers(sters) de voorkeur geven. In onderlinge vergelijking werd morphine 189, opium 148, atropine 131, cocaïne 114 en strychnine 116 maal gebezigd.

In de laatste jaren heeft zich vooral in Amerika een bijzondere voorliefde geopenbaard voor atropine, omdat dit alcoloïde verschijnselen doet ontstaan, welke niet zoo spoedig argwaan wekken.

Ook Madame Joziaz, de bekende gifmengster uit de hoogere klasse te Antwerpen, vergiftigde hare slachtoffers óf met morphine óf met atropine.

De voorstanders der crematie hebben de waarde van het toxicologisch onderzoek op alcoloïden trachten te verkleinen door er op te wijzen, dat dit onderzoek door de z.g. lijkengiften, dat zijn de stoffen van alcaloïde-achtigen aard die bij de natuurlijke verrotting in het lijk ontstaan, onzeker wordt gemaakt. Doch daartegenover staat het feit, dat men geleerd heeft bedoelde stoffen met voldoende zekerheid van de echte alcaloïden te scheiden, zoodat het voorgewend bezwaar geen ondergrond meer heeft.

Sluiten