Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de heldensage, en tot afzondering der mythologische stoffen. Op rein letterkundig gebied bracht hem zijn onderzoek tot een resultaat dat algemeen is aangenomen, de vermaarde liedertheorie: dat namelijk het Duitsche epos van « der Nibelungen Not und Klage », zoowel als de Ilias en andere volksepopeeën, niet eerst als epos was ontstaan, maar, in den vorm van onderscheidene lyrische liederen, door het volk gezongen ter eere van roemrijke helden uit het voorgeslacht, en later, door eenen verzamelaar, zonder strenge volgorde en eenheid, in epischen vorm gegoten.

De voornaamste vertegenwoordiger der door LACHMANN gehuldigde richting, en wel op meer mythologisch gebied, is Kakel Mullenhoff (i).

Hij overzag en volledigde de kritiek der heldensage (Nibelungen-Beowulf) en paste de historischkritische methode op enkele, afzonderlijke mythen toe, als op den mythus van Freya en haar halssierraad. Hij keerde zijne wapenen echter heel tegen Grimm, daar hij ^tiande hield dat er meer kans was de waarheid te vinden over Oud-Germaansche mythen met uit de volksepopeeën de grondmythen te ziften, dan met dezelfde te willen vinden in de veel latere, lang verbasterde en verbleekte overblijfsels van mythen in het volksleven.

De vraag in Duitschland gesteld : hoe zal men de Duitsche godensage weder opbouwen? werd in eenen anderen zin opgelost door J.-W. Wolf (2),

(1) Schleswig — Holsteinische Sagen, 1845 : Untersuchungen zur Geschichte der Nibehingensage (Zeitschrift für deutsche Alterthumskunde 23-1). — Ueber die Austrasische Dietrich-und Hartungensage (ibid. 6-435, I2-346» 13-185. — Ueber Sceaf und seine Nachkomtnen 7 f. 410. — Ueber Beowulf 7 f. 419. — Ueber Freya und den Halsband-mythus 30 f. 217.

(2) Werken van Wolf: BeiUage zur Deutschen Mythologie 1872. — Die Deutsche Götterlehrey 1853. Opgesteld door Wolf en Mannhardt: Zeitschrift für Deutsche Mythologie, 1853.

Sluiten