Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer de dienst van Odin dien van Thor in de officieele wereld had overvleugeld, maakten de Skalden den ouden landgod afhankelijk van den nieuwgekomene. Volgens Gylf c. o was Thor de zoon van Odin en van Jörd, en welde eerstgeboren zoon; hij heette Asathor (Thor, de god); hem volgen kracht en sterkte, zoodat hij zegepraalt over al wat leeft. Verder zegt Snorri [Gylf. c. 21) ; Thor is de voornaamste onder alle goden (buiten Odin). Hij heet Asathor en Oekuthor (met den wagen) en is de sterkste van alle .goden en menschen. Hij bezit het rijk, dat Thrudwang heet, maar zijn paleis heet Bilskirnir. Dit paleis heeft vijfhonderd veertig vertrekken, en is het grootste gebouw dat ooit gemaakt werd. Thor heeft twee bokken met name Tanngniostr en Tanngrisnir en eenen wagen, waarop hij rijdt. De bokken trekken den wagen, daarom heet hij Oekuthor. Hij heeft ook drie kleinoodiën : ten eerste, den hamer Mjöllnir, dien ijsen bergreuzen kennen, als hij gezwaaid wordt: zulks is niet te verwonderen, want hij heeft er menigeen van hunne vaderen en vrienden den kop mede afgeslagen. Thor was immers de bekamper der reuzen. Van zijnen hamer wordt gezegd, dat hij gesmeed werd door den dwerg Brokk, dat men er mede kon werpen zoover men wilde, zonder ooit het doel te missen, dat hij, na den worp, in de hand van den werpende terugkeerde, en dat hij zoo klein kon gemaakt worden, dat men hem in den zak kon verbergen. Namaaksels van Thor's hamer golden als heilige panden, vooral om huwelijken in te zegenen, zooals wij hooger aangestipt hebben bij de vermelding van de gevonden kleedergesp van Nordendorf. Thor zelf moest den hamer gebruiken bij zijn geveinsd huwelijk met den reus Thrym, zoo als hierna zal blijken.

Germaatische Godenleer.

6

Sluiten