Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reeds in het begin der Gylfaginning, waar het geslacht der goden opgesomd wordt, heet Frigg de gemalin van Odin en verder (c. 20) luidt het dat zij zoowel als haar gemaal, het lot van de menschen kent, alhoewel zij geene voorzeggingen doet, volgens Ls. 29 ; « Dwaas zijt gij en waanzinnig, Loki, waarom volgt gij geen wijzen raad? Friggziet in den geest het lot der menschen, hoewel zij hetzelve niet openbaart ».

Zij is als hemelgodin, de « hoogste der Asinnen, en bezit het paleis, dat Fensalir heet en waarlijk prachtig is. » Wanneer haar zoon Balder door booze ingeving van Loki gedood werd, weende Frigg in haar hemelpaleis over het ongeluk van Walhalla.

Odin zelf stelde de wijsheid van Frigg op hoogen prijs : hij vroeg haar raad in bijzondere omstandigheden. In het lied van Vafthrudnir (str. 1) vraagt hij hare meening nopens zijn ontwerp om den reus Vafthrudnir, den slimsten der reuzen, te gaan onderhooren en de uitgestrektheid zijner kennis te vernemen. Frigg toont hare genegenheid jegens Odin en verkiest haren echtgenoot bij zich te houden, liever dan hem het gevaar te zien inloopen door den vernuftigsten der reuzen beschaamd te worden : « In de woningen der goden hield ik gaarne den heirvader te huis, daar ik geenen sterkere in de stammen der reuzen dan Vafthrudnir weet». Wanneer Odin echter bij zijn opzet blijft, en haren raad niet inwilligt, wenscht zij hem in alle vriendelijkheid voorspoedige reis (str. 4) : « Reis gezond, en kom gezond weder, wandel gezond uwen weg, er ontbreke u geen wijsheid, vader der menschen, als gij met den reus onderhandelen moet ». — De kiemen van oneenigheid, die hier reeds op te merken zijn, komen in het Gnmnirlied tot verdere ontwikkeling : Odin had een koningskind, Geirröd, onder zijne bescherming geno-

Sluiten