Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Saxo (i, 42) verhaalt een dergelijken mythus. De vorsten uit het noorden zonden, ter eere van Odin, een gouden beeld van den hoofdgod naar Byzantium (Odin was toen overal geëerd). Het beeld was bovendien met gouden platen opgesmukt. Maar Frigg deed het goud door goudsmeden stelen om zelve daarmede te pronken. Odin deed de goudsmeden ophangen, plaatste het beeld op een bijzonder voetstuk, en schonk het bovendien de gave der spraak bij de minste aanraking.

Doch Frigg werd door hoogmoed zoover gedreven dat zij hare trouw verpandde aan eenen dienaar om het beeld te vernielen en het goud tot haar eigen tooisel te gebruiken.

Odin, door zijne gemalin verraden en verlaten, was geschandvlekt en moest het land verlaten, Mitodin werd in zijne plaats gesteld. En zoo ging Frigg, door dubbel overspel met haren dienaar, naar Mitodin over.

Doch Mitodin speelt dezelfde rol als Wili en We : het zijn louter mythische uitvindsels die de herinnering aan het bestaan van een vroegeren hemelgod meer aanschouwelijk voorstellen.

Van Freya is ook een soortgelijke mythus in omloop, hoe zij boeleerde met de dwergen om het halssieraad Brisingamen in bezit te krijgen; maar, naar alle waarschijnlijkheid, zal hij van Frigg op Freya overgegaan zijn, gelijk de geheele persoonlijkheid van Freya een uitvloeisel is van die van Frigg. Dit is de wet der epische overdracht, die zoowel in de mythologie als in het epos toepassing vindt.

Dubbelgangsters van Frigg.

Seffens na Frigg noemt de Gylfaginning van Snorri een aantal mindere godinnen, die bij de Skalden

Sluiten