Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben. In de sage van Olaf Tryggvason wordt verhaald dat vier dwergen Alfrigg, Berlingr, Dwalinn en Grerr een gouden halsband Brisingamen (eig. Brisinga-men, het halssieraad der Brisingen of der smeden) gesmeed hadden, dat door Freya begeerd werd. De dwergen wilden het echter afstaan op voorwaarde dat ieder van hen beurtelings een nacht de gunst van Freya zou genieten. Freya stond het toe en prijkte sedert dien met het schitterend kleinood. Odin werd afgunstig van haren schat, en deed hem haar ontrooven (zooals vroeger in Loki's sagen gemeld is) doch nadien weder terug bezorgen.

De gouden halsband is natuurlijk op te vatten als de gouden lichtkrans, het heerlijkste sieraad van de zonnegodin. Dat de dwergen den halsband vervaardigen is slechts het gevolg van het feit, dat zij in de Skaldenpoezie smeden der goden genoemd worden en alle kostelijke kleinoodiën smeden. Het boeleeren der dwergen met Freya of het beurtelings dingen om hare gunst is de strijd tusschen de geesten van goede en kwade luchtgesteltenis en de hemelgodin. Dat zij den halsband verkrijgt is natuurlijk : de weldoende zon overheerscht immers dagelijks en jaarlijks hare nevelachtige vijanden (i). Hooger is reeds gezegd dat dit alles meer op Frigg, de eerste hemelgodin doelt, dan op Freya.

De mythe van Freya en Od hebben we hierboven reeds verklaard.

De vroeger reeds vermelde mythus van Menglod en Swipdag, volgens dewelke de benevelde zon door den dag verlost en als bruid gehuldigd wordt,

(i) Over de beteekenis van dezen mythus verg. K. Muiaenhoff, Hs. 12, 303; 30, 221; WlSLlCENUS, Symbolik von Tag undNacht s. 21 ff.; BUGGE, Beitr. 12, 72.

Sluiten