Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dere schoonheid, als Gerd, Gunlod, Skadi. Sommige reuzen zijn in dierengestalte verscholen, of hebben de macht naar willekeur een dierenhulsel aan te nemen. Zoo is het een reus, Hraswelg met naam, die aan het noordelijk uiteinde der wereld zit in adelaarsgestalte, en wanneer hij zijne vleugelen rept om te vliegen, ontstaat de wind onder zijne vleugelen. Reuzen waren de Fenriswolf en de wereldslang, Jormungard, kinderen van Loki en van de reuzin Angrboda; reuzin was ook de koe Audumla, die uit gesmolten ijs ontstond en den oorreus voortbracht en voedde. Suttung, de reus, die de dichtermede bewaarde nam de adelaarsgedaante aan om Odin achterna te vliegen, wanneer deze van Gunnlod de mede ontvreemd had, zoo deed ook Thjazi, wanneer hij de godin Idun uit den hemel gelokt had, en Loki achtervolgde die haar weder opgeeischt had, en Fafnir die zich in drakengestalte over den goudhoop nederlegde op de Gnitaheide.

Het verblïjf der reuzen heet Jotunheim (reuzenrijk) en is aan het Noord-oosten der wereld gelegen. Het is daar dat Thor de reuzen gaat bekampen. Tegen dit rijk en tegen de van daar uitgaande aanslagen moeten de goden zich versterken. Toch worden voorname reuzen voorgesteld als wonende in het natuurelement dat zij vertegenwoordigen : Aegir, de waterman, woont in de zee; Thjazi, de storm- of wolkenreus woont in Thrymheim of in het gebergte.

Volgens de Gylfaginning stamt het geslacht der reuzen af van Ymir, die zelf ontstaan was uit het smelten van het ijs, teweeggebracht door de nabijheid van het vuur uit Muspelheim. Dit wordt bevestigd door een vers uit het Hyndlalied : « Van Ymir's geslacht zijn al de reuzen »(str. 34). De ijsreuzen noemden hem Orgelmir. Hij was boos gelijk zijne nako-

Sluiten