Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij middel van het ordewoord : « ik het mijn en elk het zijn » en op een slag en een stoot is het werk voltrokken. De jippenessen woonden te Oudegem, bij Dendermonde, in de holten der heuvelen; eene straat heet nog aldaar Jippenessenstraat. In Limburg zijn het de Alvermannekens die deze rol spelen, ünnoodig te zeggen dat enkel eenvoudige, lichtgeloovige menschen aan het bestaan of de tusschenkomst dier wezens geloof hechten. Maar de sagen bestaan. In het Zuiden van Oost-Vlaanderen speelden de jippenessen vroeger ook een aanzienlijke rol: de boeren konden daar geene boter op de melk krijgen, omfat de jippenessen met stokjes in de fonteinen zaten te boteren. Terwijl ze daar zoo zaten, zongen zij : c ik vits en ik vats en ik vaan », maar de boer, die zulks hoorde sloeg telkens met den vlegel toe, zeggende : « ik hef en ik dreig en ik sla(an). Dien dag ten minste kregen de landbouwers boter in het vat.

De kleine watergeesten, die als bezieling van stroom of meer doorgaans als schadelijke wezens werden opgevat,droegen den naam van Nikkers. Zij waren door de scheepslieden gevreesd. In het eerste tooneel van Schillers Wilheltti Teil, zingt een dier geesten uit de diepte des waters met verlokkende maar dreigende stem : « Lieb Knabe, bist mein, ich locke den Schlafer und zieh' ihn herein ».

Verder, in hetzelfde tooneel, zegt de stuurman dat er op dien dag, feest van Simon en Judas, aan geene overvaart te denken valt, daar het meer woelig is en op dien dag gewoonlijk een slachtoffer eischt, hetgeen doet denken aan een watergeest, die, volgens oud geloof, op bepaalde tijden slachtoffers vroeg. De Nikkers, zegt Lenaerts (i) « worden voorgesteld

(i) Alver mannekens, bl. 138.

Sluiten