Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den roman van Tristan en Isolde. In de christelijke middeleeuwen werd de eenvoud dezer heidensche opvatting somtijds nagevolgd vooral op het tooneel. Als een der handelende personen vóór de toeschouwers moest sterven, zag men zijne ziel uit den mond te voorschijn komen onder den vorm van een blinkend engeltje, van een zeer klein menschenvormig kopje, somtijds van een zwart duiveltje, volgens dat de aflijvige als een voorbeeld van deugd of van ondeugd was opgetreden. Dan stonden somtijds engelen en duivelen gereed en streden om de ziel te veroveren.

Aangaande de verblijfplaats der zielen leeren de Oudgermaansche bronnen nngenoeg hetzelfde : de van het lichaam gescheiden ziel bleef rond het lijk waren, 't zij in het sterfhuis, 't zij in het graf. Daarom werden deuren en vensters van het sterfhuis geopend en de oogen van den aflijvige gesloten, opdat de geest, die altijd aan de overlevenden schrik inboezemde, uitvlucht zou vinden, en geene gemeenschap met het afgelegd hulsel zou hebben. Somtijds werd zelfs een deel van den muur uit de sterfkamer neergehaald om het lijk langs die toevallige opening en niet langs de ingangdeur doortocht te laten. Op die wijze zou de dwalende geest, wanneer de gemaakte opening gestopt was, geenen weg tot terugkeer vinden. In de graven, welke bij de Germanen althans van zekeren stand zeer ruim in de heuvels ingemetseld waren, werden met het lijk ook spijzen, wapens, jacht- en werktuigen, met éen woord de geliefkoosde gereedschappen van den afgestorvene mede besloten. Men was in de overtuiging dat de ziel in de nabijheid van het lichaam nog daarmede een gemeenzaam leven deelde, en hare gewone bezigheden verrichtte.Vandaar dat zoo dikwijls in oude opgedolven graven, uit het steen- of ijzertijcvak, zoowel als van latere eeuwen,

Sluiten