Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zaak verwonderde hem, dat zij zooveel vleesch verslond. Eens dat zij te zamen uitgingen, legde zij eenen ring over haar hoofd; zij veranderde in wolf en wierp zich op eene kudde schapen. De man riep in zijne verbaasdheid den naam zijner vrouw, en zij stond daar weder in menschelijke gedaante. Het was nochtans zeldzaam dat vrouwen in wolven veranderden. Zij kwamen liever onder de gedaante van katten te voorschijn, zooals bij het behandelen der heksen zal blijken. De ring, dien bedoelde vrouw gebruikte om hare gedaante met eene andere te verwisselen, is voorzeker een overblijfsel van het zwanenhemd der Walkuren, of van hun zwanenring. Ook zonder toovermiddels gelooft het volk dat de katten heksen worden en oude heksen weder katten. Wanneer het afgelegde kleedsel van eenen weerwolf weggenomen wordt, is het hem onmogelijk nog van gedaante te veranderen. Daarom pleegt men de toovergordels of wolfshemden te verbranden, als men ze vindt, om het wolf worden te beletten.

5. — Nornen en Walkuren.

Van den eenen kant zijn de lotsvrouwen, in het noorden Nornen (schadebrengsters) genoemd, aan het zielenwezen verbonden, daar zij gelijk fylgjas of volggeesten den mensch geleiden en zijn lot vaststellen van de wieg tot aan het graf, en van den anderen kant palen zij aan het goddelijke, vermits zelfs de goden aan hunne schikkingen onderworpen zijn. Bij de Greco-Romeinen heetten zij de Parken en daar waren zij schikgodinnen. Ook in de Skaldenpoëzie worden enkele lotsvrouwen, zonder bepaald onderscheid, van goddelijk geslacht geheeten (Gyl/. c. 15) : onder den derden wortel van den wereldesch ligt

Sluiten