Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. v. als de gemeente door ziekten, hongersnood of andere plagen beproefd werd, ofwel in gewone omstandigheden, als de volksvergadering gehouden werd. Dit laatste gebeurde twee maal 's jaars, in het voor- en in het najaar. Nog in den Karolingischen tijd spreekt men van Maart- (champ de mars) of Meigaderingen, waarin de missi dominici rekening moesten geven van hun doen en laten, en met nieuwe zendingen belast werden.

Bovendien wordt er in alle Germaansche landen veel gewag gemaakt van het joelfeest of het doodenfeest, dat in het midden van den winter, in de twaalf donkere dagen van Kerstdag tot Driekoningen (dertiendag), met offers en spelen ter eere der afgestorvenen gevierd werd.

2. Priesterdom.

In de eerste tijden waren er geene priesters. Elk offerde voor zich of voor zijn gezin, wanneer hij het oorbaar vond de bescherming der geesten in te roepen of hunne gramschap te vermurwen. Later, wanneer enkele broederstammen tot politieke vereenigingen ingericht waren, benoemden zij priesters, die het lot moesten raadplegen om het welgevallen der goden door geene vermetele handelingen te krenken, en die de volksvergaderingen te zamen met het wereldlijk opperhoofd bestuurden, alwaar zij uitsluitelijk met de macht bekleed waren om de ruststoorders te straffen (Germ. c. 7). Dan nog maakten zij geene kaste, geen afzonderlijken stand uit, maar het was een openbaar ambt, tot hetwelk eenige enkelingen beroepen werden. Zij moesten de offers leiden en opdragen, de vergaderplaats en de vergaderde mannen met het bloed van het slachtoffer besprenkelen, en

Sluiten