Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geweest. In de middeleeuwen heette men dit aneganc, ■widerganc of ontmoeting. In de Skaldepoëzie worden de teekenen, die voor strijdende helden gunstig zijnt door Odin zeiven aan Sigurd opgenoemd (Reg. 20) : eene zwarte raaf, die den held omfladdert, twee roemzuchtige kampers, die op de straat staan, wanneer een held zijn huis verlaat om ten strijde te trekken, den grauwen wolf hooren huilen onder esschen, den tegenstrever bemerken, eer hij u gezien hebbe. Maar onheil voorspelt het, wanneer de voet struikelt bij het heengaan naar den strijd. Dan staan booze vrouwen (lotsvrouwen) aan uwe zijde, en wenschen u wonden toe.

De stem der vogelen geldt dikwijls als eene godsspraak, maar het zijn uitverkorenen die ze kunnen verstaan en verklaren. Het lied van Rig (Heimdall) zegt, dat Kon de jonge, zoon van Jarl en kleinzoon van Rig, de stem der vogelen kon verklaren, en dat hij een meester was in de runenkunde. Eens dat hij door het woud reed om vogelen te vangen en te temmen, riep eene kraai hem toe van uit een boomkruin, als een godsvermaan : * Kon, wat wilt gij vogelen temmen, het ware beter voor u de rossen te bestijgen en den vijand te bestormen ». In het lied van Helgi Hjorwardszoon spreekt een vogel tot Atli, zoon van Idmund, en hij vraagt dat men hem een ofïer zou schenken, een aandeel in de schatten des konings, eenen tempel, vele altaren en goudhoornige koeien (Helg. Hjorv. 1-5). Mits deze gaven zal hij den koning behulpzaam zijn om Sigrlinn tot vrouw te winnen. Hieruit mag men opmaken dat een goddelijk wezen onder de gedaante van dezen vogel schuilt, en dat de vogelstemmen aldus als orakels konden opgevat worden. In het eerste lied van Helgi den Hundingsdooder zijn het raven, die tot elkander spreken, de toekomende heldengrootheid

Sluiten