Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlichten; naar hen worden ook jaren en dagen geteld.

De aarde is kringrond en rond haar heen ligt de diepe zee, op wier kusten de goden eene verblijfplaats aanwezen voor de ijsreuzen. Maar ,verder op de aarde bouwden zij wegens de vijandelijke gezindheid der reuzen eenen schutsmuur rondom de aarde; zij benuttigden daartoe de oogwimpers van Ymir, en noemden den schutsmuur Midgard (middelgaarde, de aarde binnen den muur begrepen). De hersenen van Ymir wierpen zij in de lucht en schiepen daaruit de wolken. Verder (c. 11) wordt van de hemellichamen gezegd : « een man Mundilföri had twee kinderen : Mani (de maan) een zoon, en Sol (de zon) eene dochter. De goden, vertoornd over hunne hoogmoedige namen, plaatsten ze aan den hemel. Mani leidde den gang der maan, en bestuurde het nieuwe en het volle licht. Sol echter moest de hengsten besturen, die den zonnewagen trokken, welken de goden uit de vuurvonken van Muspellheim gemaakt hadden, om de wereld te verlichten. Die hengsten heetten Arvak en Alsvina; onder den boeg der paarden stelden de goden twee blaasbalgen om ze af te koelen. Vóór de zon staat een schild, opdat berg en meer niet in brand zouden schieten. De zon vaart zoo snel, omdat zij vervolgd wordt door den wolf Skoll, die haar wil verslinden; vóór haar rijdt een andere wolf Hati, die de maan wil verzwelgen. Deze wolven zijn de zonen van eene reuzin, en zijn in het ijzerwoud (Jarnwid) ten oosten van Midgard geboren. Die reuzin is een tooverwijf en al hare kinderen hebben de wolfsgedaante. De ergste onder hen is Managarin, die van het vleesch der lijken leeft en eens de maan verslinden zal. »

Germaansche Godenleer.

14

Sluiten