Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wereld wordt voorgesteld als een overgroote boom, waaronder de goden alle dagen het gerecht houden. Zijne takken strekken zich over de geheele wereld uit, tot boven den hemel. De esch staat recht op drie wortels, welke ver uiteenloopen : de eene blijft bij de menschen (bij de Asen zegt de Gylf. verkeerd), de tweede is bij de ijsreuzen, waar vroeger de afgrond was, en de derde is boven Nevelheim. Onder dezen wortel ligt de bron Hvergelmir en de draak Nidhogg knaagt eraan. Onder den wortel, die naar de ijsreuzen gaat, is de bron van Mimir, waar alle wijsheid en verstand verborgen ligt. Het was daar dat Odin zijn oog moest verpanden om eenen teug te mogen drinken. Onder den wortel, die bij de menschen steekt, ligt de bron van Urd. Het is daar dat de goden uit den hemel over Bifröst "heenrijden om het gerecht te komen houden. In de takken van den wereldesch zit een arend, die veel kundigheden bezit; tusschen zijne oogen zit een havik. Een eekhoorntje Ratatosk (rattentand) loopt langs den boom op en af en draagt aan Nidlwgg en aan den adelaar de haatvolle woorden over, die zij met elkander wisselen. Vier herten loopen in de takken van den esch en bijten de takjes af, en bij Nidh?g§f ligg611 no8' een groot aantal slangen, die mede den boom verknagen, zoodat deze veel te lijden heeft. Doch van den anderen kant scheppen de Nornen, die bij Urd's bron wonen, iederen dag water uit de bron, en nemen zij slijk van den boord, om den esch daarmede te besproeien, opdat zijne takken niet zouden verdrogen, noch hard worden. Volgens Fjolsvinnsmdl zit in de kruin van den boom een goudglanzende haan, Widofnir (boomslang) geheeten, die waakt om de goden ten strijde te roepen, wanneer de reuzen den grooten strijd zullen begin-

Sluiten