Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

last, om de beweging in die richting voort te zetten. Het vuur der Atjehers was intusschen steeds heviger geworden. De artillerie kwam hierop in stelling ten noordwesten van den versterkten kampongrand, terwijl de infanterie in de gevechtsformatie tegen het noordelijk en het noord-westelijk gedeelte van de stelling oprukte.

Het bleek niet dadelijk mogelijk zich door de 5 M. breede bainboe-doeriversperring heen te werken, waarachter de vijand uit eenige bentengs op onze troepen bleef vuren. Met inspanning van alle krachten wist de vaandeldrager van het 3de bataljon, de adjudant-onderofficier E. C. O. von Beedow, gevolgd door 5 officieren en 3 minderen (1), zich door de bamboe-doeri heen te werken en het vaandel aan den voet der daargelegen borstwering te planten. Onder een kogelregen hield deze kleine schaar stand, nadat de chef van den staf der brigade, de kapitein G. van Daalen zich te paard door de doornstruiken had heengewerkt, hun moed had in gesproken en vervolgens terug gereden was om versterking te halen. Dit voorbeeld werkte bezielend op de daar aanwezige troepen, die zich met behulp van de mineurs door de hindernissen een weg baanden en vervolgens met onstuimigheid tot den stormaanval overgingen; den vijand met verlies van 36 dooden uit dit gedeelte zijner stelling drijvende.

De kolonel Wiggers van Kerchem was inmiddels gewond, waarop de kapitein G. van Daalen de leiding van het gevecht op zich nam, tot de komst op het gevechtsterrein van den generaal-majoor Verspijck. De oudste hoofdofficier, de luitenant-kolonel Engel, had n.1. den kapitein van Daalen verzocht de leiding te blijven voeren, aangezien hij met zijn bataljon in hevig gevecht gewikkeld was en zijn troepen niet wilde verlaten.

Na de bestorming der noordelijkste benteng werd in zuidelijke richting voortgerukt en nadat nog een half bataljon en een batterij ter versterking

(1, Het waren de sergeant majoor Bach, de Ambonneesche sergeant Latoemaina en de Ambonn. fuselier Pattimana. Latoemaina sneuvelde, Pattimana werd zwaar gewond. Von Bredow, Bach enPattimana werden telegrafisch aan den Koning voor eene belooning voorgedragen en bij Kon. Besluit van 24 Januari 1874 tot Bidder der M. W. O. 4de klasse benoemd.

Sluiten