Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gre kunt u zoo begrijpen, dat Jezus telkens alleen naar den berg ging om te bidden; om zijn ziel voor zijn Vader uit te storten, en zich te sterken in zijn hemelschen Zender.

Want vergeet niet, geestelijke sympathie, stijgende tot een warm bezield geloof, zocht Jezus onder menschen niet tot streeling van zijn eigen gevoel, of uit besef van te kleine kracht. Neen, die geestelijke sympathie was hem onmisbaar, zou de wereld gered worden.

Als ge een drenkeling naspringt in den stroom, is niets vreeslijker dan dat hij niet ivil gered worden, en u ontzwemt, en wegduikt, en wil verdrinken.

En dat, dat heeft in de bangste mate uw Jezus ondervonden.

Wel poogde Satan, wel poogde de schare hem meê af te trekken naar de diepte, opdat hij met hen onder zou gaan, maar de wereld wilde niet gered worden. Green hart ontsloot zich, geen ziel die zich aan hem overgaf. Grenezen, gespijsd, o, ja, dat wilden ze in elk vlek en dorp wel worden. Maar ze willen niet met Jezus alles op één worp zetten. Ze willen niet overgaan uit den dood in het leven.

Die bittere ervaring heeft Jezus alle de dagen zijns levens gekweld.

Die sympathie des geestes moest komen, en ze kwam niet. En ten slotte als allen wegsluipen, moet hij zijn eigen jongeren vragen: Wilt gij ook niet weggaan? En dan antwoordt Petrus wel heerlijk, zoodat het Jezus goed aan zijn hart doet. Maar toch begreep hij ook zoo zijn Heiland nog niet. Op verre na niet.

Hij dacht het wel, maar het was niet zoo.

Het was een lichtvonk voor een. oogenblik uit Grod in zijn ziel ontstoken, maar die straks weer verdooft.

Yan zijn discipelen heeft Jezus het meeste verdriet gehad.

En onder dat alles het bangste verdriet juist van den discipel, die zoo naar waarheid betuigen kon: „Heere, gij weet alle dingen, gij weet dat ik u liefheb."

Want wel was de antipathie bij de schare veel sterker, en de miskenning onder het volk snijdender, maar dat trok Jezus zich zoo niet aan. Dat kon hem zooveel pijn niet doen. Dat vervulde hem wel met schreienden weemoed, zoodat hij weende over Jeruzalem. Maar dan kon hij althans nog weenen. Éen leed waarbij ge nog weenen kunt, is reeds half verzoend.

De stomme smart is de bangste voor het hart.

Sluiten