Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIII.

3iinneüaïi«5iagen."

En anderen gaven hem kinnebakslagen, zeggende: Profeteer ons, Christus, wie is het die u geslagen heeft?

6 Matth. 26 : 68.

Een dier, zoo heet het in Hosea's profetie, licht ge als mensch uit deernis het juk van het kinnebakken op, — den u van God gegeven Middelaar heeft booze, ruwe menschenhand tot drie malen toe op 't kinnebakken geslagen. _

Eerst deed dit een soort politie-agent van het Sanhedrin, toen Jezus zich beroepen dorst op wat hij drie jaren lang publiek gesproken en voor aller oog gedaan had. (Joh. 18 : 22.)

Daarop vergreep het Sanhedrin zelf zich aan Jezus heilig aangezicht, na zijn belijdenis onder eede dat hij wel waarlijk de Messias, de Zone des levenden Gods was. Dat heette Godslastering! En toen stoven ze in hun tabberden van hun raadsbanken op en, als bezeten van woede, spuwden ze Jezus in het gelaat, en sloegen hem met vuisten eerst op de borst, en toen op zijn kinnebakken, het uitgillende: Profeteer, Messias, van wien was die slag!

(Matth. 26 : 68.) . . 1

En de derde maal is Jezus op het kinnebakken geslagen m de kortegaard van het Eomeinsche rechthuis. In dat wachthuis hadden de Eomeinsche soldaten Jezus na zijn geeseling bij zich genomen, om hem op laffe en gemeene wijze, de keizerlijke uniform onwaardig, te tergen met hun spot en hoon, hem toeroepend: "Wees gegroet,

gij ingebeelde Koning der Joden!, en onderwijl gaven ze hem

kinnebakslagen (Joh. 19 : 3.)

Bedenkt ge nu, dat dit tot driemalen toe niet voor den vorm,

I

Sluiten