Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

èn men kan tegen ons woeden door ons zeer te doen in onze ziel, in ons karakter, in onzen innerlijken persoon.

Nu, naar het lichaam hadden ze Jezus niets gespaard. Ze hadden hem geduwd en gestompt, met hun zwadder bespogen, hem geslagen op het hoofd, hem gegeeseld tot het bloed hem van den rug leekte, hem een kroon van doornen in het hoofd gedrukt, hem zelf zijn kruis van Gabbatha laten sleepen. En toen de vreeselijke kruisiging, dat slaan van de nagels door zijn handen, dat aldoor verzwakkend bloedverlies, tot eindelijk de kracht bezweek, en het sterven blijkbaar naderde.

Maar bloeddorst wordt door het zien van bloed niet gestild. De bloeddorst zelf heeft zijn dieperen oorsprong in het hart. En ten slotte is het de ziel van den booze, die rechtstreeks op de ziel van zijn slachtoffer afgaat, en niet kan rusten eer ze aan een bitter wederwoord merkt, hoe ze haar slachtoffer inwendig giftig getroffen, en doodelijk geraakt heeft.

Daarvoor doet dan geen pijl en geen stok en geen sabel, geen geeselkoord noch kruisbalk dienst. Neen, die bitterste woede koelt zich door het woord.

Dan zint de kwelgeest op het snijdendste woord, dat het diepst kan indringen, en het pijnlijkst kan wonden. En dat woord wordt dan uitgestooten op een toon, waarin de haat der verachting aan haar wreedheid botviert. En oog, en gelaatstrek, en gebaar verzeilen het giftige woord, als om het tot in het hart van den lijder thuis te brengen, en te genieten in de wonde die het aan dat hart toebrengt.

Dat is het wat ligt in die u ergerende mededeeling van den Evangelist, dat zij die roorlrijr/inyen Jezus laster den.

Een laatste uitgieting der kwaadaardigheid. Een laatste poging om Jezus, eer hij stierf, nog dieper dan met geeselkoord of kroondoorn, te wonden in de gevoeligste plek van zijn hart.

Dat loonden met het woord heeft hier zoo geheel eenige beteekenis.

De giftig geworden mensch kan wonden met het woord, omdat God hem, geheel eenig, boven alle andere creaturen, de gare van het woord schonk.

De storm loeit, de leeuw brult, de slang sist, en reeds die hoorbare uitingen kunnen u met angst vervullen, maar het is nog het woord niet. Met het woord wonden, kan de mensch alleen, hij, die naar het beeld van God geschapen is.

Hij stoot niet maar geluiden uit, maar gedachten, en in die

Sluiten