Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XL VI.

„<©cn tinjj bcnnnrscfen!"

En Ik zal vijandschap zotten tusschen u en tusschen deze vrouw, en tusschen uw zaad en tusschen haar zaad; dat/elve zal u den kop vermorzelen, en gy zult het de verzenen vermorzelen. Gen. 3 : 15.

Satan neemt in de Schrift het beeld aan van een slang, die u achteropsluipt, schuifelend u nakomt, en u van achteren in den hiel steekt met haar giftigen tand.

Dat is de sluwe list van het verraderlijk belagen. U wonden, doodelijk wonden, eer ge op verweer verdacht kunt zijn.

En daartegenover staat nu Christus, die recht op Satan afkomt, hem opzoekt, in het front aangrijpt en hem zulk een doodelijken slag op den kop toebrengt, dat de vernietigde slang haar gekronkeld lijf ten doode uitstrekt en verstijft.

Xaar recht zou Sion verlost worden, niet door list of sluwheid. En daar nu het ondankbare en roekelooze menschenkind zich eenmaal aan Satan in de armen had geworpen, zou de Middelaar in zijn verlossingswerk zelfs het recht, zij het ook het duivelsche recht van die slang eeren. Hij zou Satan niet van achteren op den staart trappen, maar recht in den aanloop den kop verpletteren, tot Satan zelf ten leste erkennen moest, dat hij in wettigen kamp overwonnen was door onzen Groël.

Daarom schuilt de Middelaar niet voor den Satan weg. Maar als hij gedoopt is in de Jordaan, wordt hij terstond door den Heiligen Geest zeiven in de woestijn uitgeleid, met het uitgesproken doel om verzocht te worden van den Duivel.

Als het op die verzoeking aankomt, slaat de Middelaar Satan

Sluiten