Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet duidelijk, dat bij eene dergelijke methode vooreerst bijna alle fossilien worden verbrijzeld en maar zelden nog herkenbare fragmenten en nog minder geheele schelpen verkregen worden. Toch is dit noodig om uit te maken welke grondlagen bereikt zijn. Ook komen de grovere bestanddeelen, als steentjes en grof zand, niet gelijktijdig op met de grondmonsters waartoe zij behooren: in diepe boorgaten lieeft het zand 1 a 2 uren noodig om, vanaf het oogenblik dat het door den 'beitel wordt los gestooten, den mond van het gat te bereiken : slechts langzaam dwarrelt het in het spoelwater omhoog. Zwaardere schelpfragmenten, steentjes, enz. blijven vaak dagen lang achter en komen dus soms aan de oppervlakte gelijktijdig met grondmonsters, die 100 of meer meter dieper doorboord werden.

Bij de monsters zelf bestaat hetzelfde bezwaar: de fijnere bestanddeelen en de grovere worden gescheiden, de laatste komen eerst achteraan en worden vermengd met de lichtere bestanddeelen van eene diepere laag. Afgezien van de onmogelijkheid aldus werkelijk betrouwbare geologische profielen te verkrijgen, en dus eenigermate vooruit te kunnen opmaken welk het eindresultaat der boring zal zijn, is het bij deze boormethode onmogelijk hydrologische waarnemingen te doen. Uit de gespoelde monsters is niet met zekerheid uit te maken hoe de samenstelling van den grond is, daar het geheele profiel der boring een vrij homogene klei- en zandpap wordt. Daar het ook praktisch voor de Rijksopsporing van Delfstoffen eene vraag van zeer groot belang is of de gronden al dan niet voldoende vast, droog enz. zijn, om op gewone wijze de schachten te kunnen graven, dan wel of het noodig zal zijn de kostbare bevriesmethode aan te wenden of de schachten onder water af te boren, werd ijverig naar een betere methode gezocht.

Wanneer de gronden vast genoeg zijn om de gewone kernboormethode aan te wenden, krijgt men ideaal zuivere monsters. De roteerende kernbuis, aan de onderzijde met een getanden staalkroon of wel een diamantkroon bezet, spaart in het midden een cylinder van den doorboorden steengrond uit: de kern.

Deze kernen vormen dus te zamen een werkelijk profiel, waarin alle lagen onvermengd en zuiver zichtbaar zijn; zij

Sluiten