Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indien de eisclier in het ongelijk wordt gesteld, zal hij tot de vergoeding van kosten, schaden en interessen verwezen worden, zoo daartoe gronden zijn.

265. Alle gedingen in zaken van ontkentenis van gerechtelijke verrichtingen, worden behandeld als summiere zaken, zelfs bij korte termijnen indien daartoe gronden zijn.

VEERTIENDE AFDEELINGr. Van verwijzingen naar een ander gerecht en van jurisdictie-quaestien.

266. Indien ten gevolge van toegelaten wraking of van toegelaten reden van verschooning, de leden van eenen raad van justitie, de griffier daaronder begrepen ingevolge het bepaalde bij artikel 122 van het Reglement op de rechterlijke organisatie en het beleid der justitie, niet meer in genoegzamen getale zijn om van het geschil kennis te nemen, zal de eisch tot verwijzing naar eenen anderen raad van justitie aan het hoog-gerechtsliof kunnen worden gedaan.

267. De eisch zal vóór het pleidooi, en, in zaken van schriftelijke behandeling, vóór den geheelen afloop der instructie worden ingesteld bij een verzoekschrift, inhoudende de middelen. Hetzelve zal worden beteekend aan de wederpartij, met aanmaning om daarop, binnen veertien dagen, te dienen van antwoord met middelen, en daarna ter griffie van den raad van justitie worden nedergelegd.

Het antwoord van de wederpartij zal .binnen dien termijn insgelijks ter griffie van den raad van justitie worden gebracht.

De loop van het rechtsgeding zal worden geschorst van den dag der beteekening in het eerste lid van dit artikel vermeld.

Sluiten