Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geestes ons nader hebben voor te stellen. In S. 12 geeft Calvijn een beeld tot toelichting. Na gezegd te hebben dat de Geest van Christus de band is waardoor wij met Christus verbonden en vereenigd worden, en dat de Geest als het ware de buis of het kanaal is waardoor al wat Christus zelf is en heeft, tot ons wordt overgebracht, volgen deze woorden: „als we zien dat de zon door haar stralen schittert op de aarde, en om hare vruchten te telen, te koesteren en te doen groeien haar substantie eenigermate op de aarde overwerpt, waarom zou dan de instraling van den Geest van Christus minder zijn, om de gemeenschap van zijn vleesch en bloed in ons over te brengen?"1)

Nemen we, in de tweede plaats, Calvijns Commentaar op 1 Cor. ter hand.

Bij 1 Cor. X : 16 staat dat de geloovigen naar de instelling van Christus hebben samen te komen om in dit Sacrament „de gedachtenis van zijnen dood te vieren" 2).

Op 1 Cor. XI: 24 noemt hij eerst de meening van hen die verklaren dat ons het lichaam van Christus gegeven wordt als wij deelgenooten worden van alle goederen welke Christus voor ons in zijn lichaam verworven heeft; als wij door het geloof Christus omhelzen als voor ons gekruisigd en van de dooden opgewekt, en vervolgt dan: „Ik voor mij echter geef niet toe dat wij deel hebben aan de goederen van Christus dan eerst nadat wij Christus zeiven verkrijgen. Verkrijgen nu noem ik niet slechts wanneer

Hier wordt de substantie van vleesch en bloed nog niet genoemd.

2) Ed. Tholuck, Berolini mdcccxxxiv, in versu, p. 379.

Sluiten