Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ende ge wapent volck in Oost-Vriesland ende quam op S. Laurensdach aen 't Eijlant geheeten Sehellinck. ')

Spraken onze voorouders over de ingezetene bevolking des eilands, dan heette 't altijd: de Schellingers. De overheid van Amsterdam gaf b.v. in den jare 1514 aan de stad Kampen te kennen: »dattet beter waer die tonnen int Vlije te doen leggen bij Schellingers dan Vlij eland ers."2) Treffend wordt het getuigenis der oude oorkonden bevestigd door de levende spreektaal der eilanders van onzen tijd. Zij zijn Friesen van zuiveren bloede en in hun echt Frieschen tongval spreken zij altijd van Skilege, Skiilge of Skilinge en voluit van Skiilgelan. Hun volkslied, eveneens in het Schellinger Friesch gedicht, draagt tot titel: Oan Skilinge. 3) Zich zelf noemen ze: Skiilger, Skileger of Skilinger. Ook de vastelands-Friesen weken daar nooit van af. In een oorkonde uit de 15de eeuw vinden we reeds den zoetvloeienden naam: »Skiilgheraland."4)

Er is derhalve tusschen den naam in den volksmond en dien der oudste bescheiden slechts één letter verschil. En dit verschil valt geheel weg als men er op let: le. dat de taal dezer oude stukken de Hollandsche is, terwijl de Schellingers volbloed Friesen zijn, en 2e dat in tal van woorden de Friesche i gelijk staat met de Hollandsche e, b.v. spiilje — spelen, stien = steen, kiel = keel.

Wil men dus in de Friesche taal over dit eiland spreken, zoo noeme men het Skiilge of Skilinge. Wil

') Gouthoeven, D'oude Chronycke van Holland, 1620 bl. 401. s) Versl. en Meded. v. d. Ver. t. beoefening v. Överijsselsche Rechts-

gescb., stuk III, bl. 16.

*) Friesch Jaarboekje, Swanneblommen, 1855. Dit volkslied is gedicht door den Doopsgezinden predikant J. S. Bakker, een Schellinger Fries van den echten stempel.

4) Winsemius, Chronique van Friesland, bl. 2Ï6.

Sluiten