Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schellingerland zijn hulp inriep tegenover Friesland. Hij had toch reeds lang de verwarde toestanden in dat gewest gadegeslagen en de hoop gekoesterd, dat ze zijn macht ten goede zouden komen. Aan de bede om hulp werd dan ook terstond gehoor gegeven Filips stelde zijn neef Johan van Egmond, die stadhouder was van Holland, aan tals bewaerder en gardiaen van der Schelling," met de opdracht er voor te zorgen »dat de supplianten souden bewaeren al hunne rechten, privilegiën ende costuymen." Verder moest hij een onderzoek instellen omtrent de aangebrachte schade en daarvoor vergoeding vragen.

Om de Schellingers nog meer te believen, werden zij het volgend jaar vereerd met een vleiend •schrijven van Filips, waarin ze hoogelijk werden geprezen som de goede, getrouwe en menichfoudige diensten, die sy onsen voorvaderen gedaen hebben en nog ons dagelyx doen, ei.ide hopen dat sy ons noch naemaels in toecomende tijden doen sullen, om welcke oorsaken wy de vorige brieven bevestigen."1)

Eindelijk werden de eilanders nog verrast met de tijding, dat »die burgheren van der Schelling sullen tolvrij varen met allen haren goeden voorby al onse tollen in al onse landen, behoudelyck dat sy aan eiken tol daer sy voorby varen oirlof nemen ende toenen eenen tolbrief."

De Graaf van Holland spande zich derhalve wel in, om de genegenheid van het Schellinger volk te winnen. En toch kon de gunst van Holland, zoo min als de rooftocht van den Saks, hun liefde voor het stamland verkoelen. Toen tusschen Lauwers en Flie de roepstem weerklonk: »te wapen tegen den Saksischen dwingeland;

') De lofspraak is hier hoofdzaak, want de brieven waren reeds bevestigd den 29sten Maart 1497, Charterb. I, bl. 777.

Sluiten