Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de laatste helft dezer eeuw heeft de Hooge Regeering zich weer den ouden steenen kolos aangetrokken en hem opgeheven uit zijn verval. Hij is nu een sieraad van onze kustverlichting en zijn lantaarn van fijn geslepen kristal werpt de lichtstralen in één grooten bundel uren ver over het donkere zeevlak.

Behalve de Brandaris dienden oudtijds de spitse kerktorens van Midsland en Hoorn den schepen tot oog en merk. Hoewel minder hoog, waren zij onmisbaar. Toen zij omstreeks 1711 wegens bouwvalligheid over de kerken gingen hellen en dreigden in te storten, klopten de kerkmeesteren bij de Staten aan om subsidie en wezen er in hun verzoekschrift op, dat als de torens vervielen »het eiland voor de schepen die uyt Zee komen, niet wel soude konnen worden onderseheyden van het naburigh Landt van Borcum, omdat de groote Thooren, Brandaris genaemt, staende op het Westeynde van ter Schelling, even gelyck is als de Thooren van het gemelde Landt van Borcum en alsoo het eene Landt voor het andere soude werden aangesien, waerdoor de schepen, tegen de gronden vervallende souden komen te vergaen of ten minste groote schade lijden, dewijl deselve twee Toorens het eenighste onderscheydt tusschen ter Schelling en Borcum maecken."1) Een subsidie van ƒ 3000 werd dan ook toegestaan voor de restauratie.2)

De stompe torens van de Suryper kerk en van de kapel Vijfpoort3) te Formerum waren reeds lang vervallen, maar blijkens de oude kaarten waren ook zij hoog genoeg om tot slandkenninge" te dienen voor den zeeman. De

') Van Alphen, Kerkel. Handb. 1892.

s) In 1751 werd nog een subsidie gegeven van f 2100. Eesol. Sfc. v.

Holl. 23 Jan. 1751.

3) De kapel stond tegenover het huis, thans bewoond door C. F. Ewouds.

Sluiten