Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neen, de apostel was niet gewoon met lof van zichzelven te spreken. Ook uw dienaar, Gemeente van Amerongen, wenecht er zich heden van te onthouden.

GEEN ROEM.

Zietdaar het onderwerp voor deze ure.

I. Voor den mensch niet.

II. Voor den Christen niet.

III. Voor den dienaar des Heeren niet.

I.

„Te roemen is mij waarlijk niet oorbaar". Zoo getuigt de apostel; maar dat behoorde ook de belijdenis te zijn van een iegelijk mensch, hoezeer hij ook tot roemen geneigd is, wat lofspraak telkens van zijne lippen-wordt vernomen.

Geen roem betaamt hem: noch in zichzelven, noch in anderen, noch ook een ijdele roem in God.

Geen roem in zichzelven. Immers wat heeft de mensch waarop hij zich beroemen kan ? Zal het zijn op rijkdom in geld en goed ? o Het is een voorrecht als hij het bezitten mag in Gods gunst. Dat zien we o. a. in Abraham en in Job. Ook ligt in den rijkdom, vooral voor den aardschgezinden en vleeschelijken mensch, een bron van geluk en van vreugde. Het schenkt hem genot, gemak, macht en invloed, eer en aanzien onder zijne medemenschen. Maar heeft hij zijn rijkdom aan zichzelven te danken ? Neen toch; ook van hem geldt wat Mozes den kinderen Israëls voorhield: „Gij zult gedenken den Heere uwen God, dat Hij het is, die u kracht geeft om vermogen te verkrijgen". De at. 8:18a. Is het bezit er van hem blijvend verzekerd? Evenmin. Diezelfde Hand, die het hem schonk, kan het hem ook ontnemen. Hoe menige rijke zag zich later tot den bedelstaf gebracht.

Zal de mensch roem dragen op zijn wetenschap? Menigeen toch heeft het daarin door noesten vlijt, door zijn gelukkigen aanleg en zijne schoone gaven tot niet geringe hoogte

Sluiten