Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschiede in hun afwezen, met het oogmerk om daardoor aan hun lofwaardig gedrag recht te laten wedervaren en des naasten goed gerucht voor te staan en te bevorderen.

Maar overigens geen roem in menschen, niet alleen omdat men de beginselen en beweegredenen hunner daden niet altijd beoordeelen kan, en daarom zoo vaak met hen bedrogen uitkomt; doch vooral, opdat men niet aan anderen zal toekennen wat men alleen aan den Heere heeft dank te weten ; opdat men niet het schepsel zal eeren en dienen boven den Schepper, die te prijzen is in der eeuwigheid.

„Die roemt", zegt de apostel, „die roeme in den Heere". Maar dan moet het ook een waarlijk roemen in Hem zijn.

Geen valsche, geen ij dele roem in God. En hoevelen zijn er die, ja met den mond aan God toeschrijven, wat zij metterdaad toekennen aan zichzelven of aan anderen. Die zijne deugden roemen, welke zij door hun zondigen levenswandel miskennen en verloochenen. Die zijne werken prijzen, en toch behooren onder hen die op zijne daden niet letten. Die zijne goedheid hemelhoog verheffen, maar er geen rekening mede houden dat Hij ook de God der gerechtigheid is. Die spreken van zijne wegen, en weigeren daarin te wandelen. Hen geldt het verwijt des Heeren : dat zij „tot Hem naderen met hunnen mond en zij Hem met hunne lippen eeren, doch hun hart verre van Hem doen". Jes. 29 : 13. En wat Jezus de schare in de Bergrede toeriep: „Niet een iegelijk, die tot mij zegt: Heere, Heere ! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil mijns Vaders, die in de hemelen is".

Te roemen, zegt de apostel, is mij waarlijk niet oorbaar. AVe hebben gezien dat het niet oorbaar is voor den mensch. Thans gaan we u bewijzen dat het ook niet oorbaar is voor den Christen.

II.

Niet oorbaar voor den Christen. Of wat zou hij hebben waarop hij zich beroemen kan? Zal het zijn daarop

Sluiten