Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UitgGg'GVGii door de Ncdcrl&ndschB M&Oitscïitippij \ <111 Grondcrediet.

's-Gravenhage 1868.

18 Hoe staat het toch met de droogmaking van liet Zuidelijk gedeelte der Zuiderzee ? Beknopte beantwoording dezer vraag, geput uit de gedrukte officieele bescheiden.

's-Gravenhage 1874.

19 Verslag der Staatscommissie benoemd bij K. B. van 8 September 1892, No. 21, tot het instellen van een onderzoek omtrent eene afsluiting en eene droogmaking van de Zuiderzee.

's-Gravenhage 1894.

20. Verslag der Staatscommissie benoemd bij K. B. van 21 April "l878, No. 10, tot het instellen van een onderzoek omtrent de verbetering van het Zwolsche diep.

's-Gravenhage 1879.

21. Verslag der commissie benoemd bij beschikking van den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, van 18 Juni 1896, No. 139, afd. Waterstaat, le ond. afd. tot het instellen van een onderzoek in zake de indijking der Lauwerzee in verband met eene verbeterde afstrooming van Boezemwater in de provinciën Friesland en Groningen.

22. Voorloopig verslag van de Staats-Commissie benoemd bij K. B. van 4 December 1877, No. 1, tot het instellen \an een onderzoek omtrent de verbetering van den W aterweg langs Rotterdam naar Zee.

's Gravenhage 1879.

23 Beantwoording door de Staats-Commissie als voren, van eenige door den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, bij schrijven van 23 Augustus 1880, No. 45, gestelde vragen.

's Gravenhage 1880.

24. Eindverslag van idem.

's Gravenhage 1880.

25 Waarnemingen van de waterbeweging en de waterverdeeling 0p den Waterweg van Rotterdam naar Zee en de daarmede in verbinding staande rivieren in 1885.

26. Verslag der Staatscommissie benoemd bij K. B. van 4 April 1896, No. 19, tot het instellen van een onderzoek betreffende den Waterweg van Dordrecht naar Zee.

27. Nota der Commissie van Hoofdingenieurs betrekkelijk den brief van het Amsterdamsclie Rijnvaart-Comité aan den

Sluiten