Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hen zeker ongewoon en zwaar werk. Ze overnachten in hutten van hout, met klei en riet samengevoegd. Dit sober, moedig begin is een getrouw beeld van de groote toewijding en inspanning uit den begintijd van de stichting. Zoo eenvoudig en broederlijk de kloosterbouw was, zoo eenvoudig was de levenswijze te Windesheim.

Zooals we boven reeds vermeldden, waren ze opgenomen onder de reguliere kanunniken van de oide van S. Augustinus. De kanunniken (canonici) waren oorspronkelijk geestelijken^ die door samenwonen een soort kloosterleven leidden. In den loop der tijden kreeg men naast de kanunniken, die aan kerken verbonden waren, anderen, die zich in kloosters vestigden.

Innocentius II onderwierp hen aan den zoogenaam-

i) Zie Wilhelmus Vornken, Epistola de prima institutione monasterii in Windesem. (uitgegeven door Acquoy in deel III van zijn KI. te W. pag. 235—255) cap. XXIII. De comestione eorum. Mensa eorum admodum erat frugalis et parca, non tam ex tenacitate aut inopia, quam ex amore paupertatis et inolita consuetudine, quam cum discipulis dommi Florencij sibi prius assumpserunt. Ita ut, me audiente, quadam vice frater Naeldwijc iocunde dixerit, quomodo tune temporis aliquociens in ieiunio solebat unum ficum in quatuor vel sex particulas dividere, ut sic cum talibus multum de pane potuisset insumere. Prouenit nobis quadam vice, nescio unde, dimidium vas salmonis salsi. Hesitantibus fratribus quid de eo fieret, frater Henricus de Wilsen, utpote eximius zelator discipline, persuasit omnimodum esse vendendum, ne talia nova et inconsueta introduci inciperentur. Eo tempore non habebant greges ouium nee piscaturam aut piscatores, sed sic sobrie et pie vivebant, vt dominus Gherardus de Bronchorst, canonicus Sancti Saluatoris, qui quandoque cum fratribus aliquandiu moram in Windesem trahebat, suo dulci ioco dicere consueuerat: In Windesem nemo bene pascitur nisi porei ethospites. Itemque vinum et pulli assi in Windesem reputantur casus episcopi.

Sluiten