Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewone lectuur l). In den „Chronicon Windesemense" en in de „Epistola ad quendam regularem in Wyndeshem" van Flor. Radewijns staan enkele geschriftjes opgenoemd: speculum monachorum, speculum Bernardi, speculum peccatorum. Die spiegels werden toen veel gelezen en overdacht; men plaatste zich vóór zoo'n spiegel en onderzocht zich; vermoedelijk zullen ze bij hun liefde voor het bepeinzen van de vier uitersten: de dood, het oordeel, de hel en de hemel, ook gebruik hebben gemaakt van het „Cordiale" en de „Quattuor novissima" van Gerardus van Vliederhoven; dit geschriftje was zeker aanwezig2). Het meest in gebruik was een klein boekje van een onbekenden auteur, dat de prior Johannes Vos altijd gebruikte bij zijn dagelijksche overdenkingen; de kennis van dit boekje geeft vooral een goed inzicht in het geestelijk leven van dezen kring; we willen er dus meer uitvoerig over handelen.

Het was oorspronkelijk in de landstaal geschreven, in briefvorm, doch aan ons is alleen een Latijnsche overzetting overgeleverd. We vinden die overzetting in het Chron. W ind. in de Antwerpsche uitgave van 1621 van pag. 217—246. Het heeft als titel: „Epistola de vita et passione Domini nostri Jesu Christi et aliis devotis exercitiis, secundum quae fratres et laici in Windesem se solent exercere, a teutonico in Latinum per libri huius editorem translata".

1) Zie Acquoy dl. I, pag. 160.

2) „Quod si legere non noverunt tune hospitularius noster ex libro quatuor novissimorum, legere eonsuevit". Chron. Wind. p. 337.

Sluiten