Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het boekje begint met een Schriftwoord, Matth. 10 v. ii : „Qui perseaveraverit usque in finem, hic salvus erit". De inleiding is naar aanleiding van deze woorden. Dan volgen zeven hoofdstukken, stof voor overdenking van de zeven dagen der week.

Het eerste gedeelte spoort aan tot het overdenken van Christus' leven „vita Domini nostri Jesu Christi qua nos praecessit, fons est omnium virtutum et totius sanctitatis exemplar, qua mediante ad omnes virtutes citius pervenitur, sine qua ad veras virtutes et ad suum amorem pervenire non valemus".

We moeten ons getrouw oefenen, dat geeft liefde voor God.

's Morgens opstaande moeten we dadelijk vele onnutte gedachten en gedroom opzijzetten „et Dominum Deum ante mentis oculos assumere, viva voce ex ore, aliquid devotum attente petendo, ut eo citius et melius afficiaris, ut cor tuum primum cum Deo sit occupatum". Over drie punten moeten we eiken dag denken: i° het begin van 's Heeren leven, 2° over Zijn lijden en Zijn dood, 30 „de tua ad sanctos conversione".

In het tweede gedeelte geeft hij als de drie punten ter overdenking op: i° dat God den mensch boven alle creaturen, den engelen gelijk geschapen heeft en hoe groot de rijkdom van gaven is, hun verleend1). Hoe heerlijk, schoon, rijk de schepping is. Zoozeer moeten alle deze overdenkingen in u dankbaarheid

1) Zie aldaar p. 222.

Sluiten