Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het Meester-Geertshuis te Deventer „trouwe in den dingen, die oer bevolen waren". Een bericht van Joh. Busch in zijn Chronicon over Andreas den „carnalis frater Gerlaci" is niet zeer vleiend: „Decimus fuit frater Andreas Petri de Dauentria, sutor noster annis multis, carnalis frater fratris nostri Gerlacis Petri, sed spiritus intus et exterius valde ipsi dissimilis, quia frater Gerlacus in Domino spiritualiter semper laetus, contemplationeque in Deum continue fuit suspensus-, hic autem conversus semper animo intricatus, scrupulosus et perplexus, licet multum humilis fuerit, cunctis obsequiosus, opera amplectens viliora, feruenter laborans, propter scrupulum tarnen suum seipsum semper redarguens, ac se culpabilem cum venia recognoscens: peramplius intricatus, a fratrum colloquiis persaepe recessit".

Van de jeugd en den wordingstijd van Gerlach wordt ons niets verteld; dat wat ons in het leven van ons geliefde menschen zoo aantrekt kwam den geestelijken schrijvers hoogstwaarschijnlijk minder belangrijk voor. Doch wat we uit zijn lateren tijd van hem weten, doet ons vermoeden, dat hij als kind vroolijk zal zijn geweest, volop genietend van het rijke leven, van al wat goed en rein is, een kind met uitstekenden geestesaanleg en rijke verbeelding. Het eerst wat we met zekerheid van hem weten is dat hij als jongeling werd opgenomen onder de „klerken van Heer Florens", en dat in een tijd, toen de edelste geesten tot dien kring behoorden, onder meer Thomas a Kempis.

Sluiten