Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Religieus inden Convente der Regulieren tot Windesem".

Acquoy noemt deze vertaling vloeiend; 't is een net geschreven klein oct° boekje met een band uit de zestiende eeuw, doch het gebruik van dit aardige boekje met zijn bekoorlijk middelnederlandsch was mij onmogelijk. Ik heb de uitgave van den Latijnschen tekst bij Moll gebruikt.

Als 2e geschrift noemde ik den eersten brief aan zijne zuster Lubbe. Wat van Lubbe bekend is, meldde ik reeds boven.

Moll las in zijn hs. G., dat Gerlach aan zijn zuster een brief had geschreven: „Onsen lieven Here stedelijk te offeren een vreedsam herte, een sueverlike epistele". Te vergeefs heeft Moll er lang nasporing naar gedaan, totdat hij op een verkooping in 1855 eenige kloosterhandschriften te 's Gravenhage koopend, het werkje bijna in zijn geheel in een der hss. ontdekte. Dit hs. is een klein-kwarto-bandje van 196 bladzijden, beschreven met een duidelijke hand uit het laatst der i5e eeuw. Het draagt niet den naam van den schrijver, doch het verraadde zich door den titel. Ook komen gedachten en taal geheel overeen met de gedachten uit Gerlach's overige geschriften, vooral met het „Breviloquium" en met den 2en brief. Verscheidene hoofdstukken zijn letterlijk vertalingen van het „Breviloquium". Vergelijk: Breviloq. 3,4,4,30, 12, 75, 16 met brief 1: 3, 4, 3, 7, 12, 75, 77. Het redeverband is verschillend. We moeten ons dus het

Sluiten