Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diens boekerij. De eerste 68 pagina's bevatten een stuk „Een eenlike sprake eens regeleers", wat een vertaling van het „Soliloquium" bleek. De volgende 6 bladzijden bevatten een stuk van 9 hoofdstukken, zonder opschrift, beginnend: „Eenen rechten inwenwendigen mensch", wat overeenkomt met de beginwoorden bij Busch.

De aanvangsregels, de stijl en de gedachten geven zekerheid, dat dit een gedeelte is van Gerlach's brief; doch zeker in anderen vorm dan deze oorspronkelijk is geschreven. De namen ontbreken geheel — Busch spreekt nog van nomina commutata —, de briefvorm is geheel weg, terwijl hoofdstuk II en III overeenkomen met gedeelten uit den eersten brief (vergelijk vooral met hoofdst. VI en VII; vergelijk ook enkele gedeelten uit hoofdstuk VIII overeenkomende met brief I : VII en VIII).

Moll waagt de volgende gissing. Joh. Scutken, zijn ons bekende consiliarius belastte zich met de redactie van zijne schriftelijke nalatenschap. Voor de hand ligt het vermoeden, dat deze het is, die de keurige, oude vertaling van het Soliloquium bezorgde, in het Deventersche hs. ons bewaard. Zou het nu niet wel mogelijk zijn, dat deze oudere raadgever en vriend, den eersten en den tweeden brief voor zich hebbende en wellicht nog andere stukken van den jonggestorvene, hieruit vol piëteit en liefde het schoonste had afgeschreven?

Den oorspronkelijken brief hebben we bij deze verklaring van het ontstaan dus niet, doch wel het

Sluiten