Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doch door inwerking van hooger hand is hun een nieuwe, onbekende wereld geopenbaard. Ze spreken nu van schijn en wezen, van iets dat absoluut is; ze spreken zacht van een geheimzinnige wereld, achter het bestaande; alles wat we waarnemen heeft een hoogere beteekenis, zoo nu en dan kunnen we daar iets van zien. Ze gaan de wereld door, zoekende naar de openbaring van het wezenlijke in alle dingen.

Zoo trachten ze alles onder hooger licht te zien. Doch deze emotie kan gevaarlijk worden misbruikt.

Zulk geheimzinnig fluisteren hooren we in werken van Maeterlinck en vele jongere schrijvers1). M. laat in zijn drama's alles daartoe samenwerken om zijn lezers onder den indruk van dit onuitsprekelijke te brengen.

Bij al die schrijvers is dit geheimzinnige, dat onuitsprekelijke, dienstbaar gemaakt aan het zinnelijke2). Zoo wordt het zinnelijk leven oneindig rijker, dieper, alles krijgt een geheimzinnige bekoring, alles wordt boeiender. Doch op dezen weg worden we geleid

1) Aan van Deyssel, die eerst alles alleen naturalistisch zag en wien alle spreken over hoogere dingen, die hem ontgingen „rhetorie" was, ging ook een hoogere wereld open. We lezen het reeds in zijn „ Apokalypse verder in zijn critieken (over Extase van Couperus bijv. en vooral over Maeterlinck). Wanneer hij in een schrijver iets van die emotie herkent, kroont hij den schrijver tot hoogen geestelijken adel. Onlangs geschiedde dit met Albert Verwey, in wien op een dag iets heel groots moet zijn gebeurd.

2) Dit is een kenmerkend onderscheid tusschen het hedendaagsch mysticisme en de mystiek der middeneeuwen, dat in het modern mysticisme de mystiek dienstbaar is aan het zinnelijke, in de middeneeuwsche mystiek het zinnelijke aan de mystiek. (Ik hoop, dat de bedoeling duidelijk is niettegenstaande de wat vreemde formuleering).

Sluiten