Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door zijn geest, dankende woorden spreekt over vergevende liefde en genade.

Na datgene wat ik over zijn geschriften heb medegedeeld, behoef ik u zeker niet te zeggen dat een systematische uiteenzetting van zijn werken niet mogelijk is. Zijn denkbeelden zijn weinig scherp omlijnd en vaag, en in vele gedeelten is een groote overheersching van het gevoel over de rede. Bij Moll lezen we1): „het gevoel was machtiger bij hem dan zijne rede, zijne bevinding meer dan zijne kennis, zijne fantasie krachtiger dan zijn oordeel. Vandaar in het gansche „Soliloquium" even zooveel diepte en ernst, maar ook even zoo weinig klaarheid en vastheid, als de lezer in deze proeven 2) zal ontmoeten".

Mijn meening over den invloed van anderen op zijne denkbeelden, schreef ik reeds boven pag. 41.

Ik zal beproeven Gerlach's hoofdgedachten weer te geven, zooveel mogelijk in zijn eigen woorden.

We beginnen daartoe met het eenvoudigste, met iets mede te deelen uit zijne beoefenings- of plichtenleer, waaraan hij zijn Breviloquium en isten Brief in hoofdzaak heeft gewijd. Bij grooten ernst en waarheid spreekt ons hieruit soms een soort angstvalligheid en bekrompenheid tegen, als natuurlijk gevolg van een leven afgescheiden van de wereld.

„In allen dinghen, dier ghij ghebruket ende besighet, laat u behaeghen die hillighe armoede-, want

1) Kerkhist. Arch. dl. II, p. 234.

2) 4 hoofdstukken overgedrukt uit het „Soliloquium".

Sluiten