Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van gemaakt, die zonder bevloeiing of bemesting onophoudelijk in gebruik is. Zonder den bodem rust te laten, heeft men het eene gewas niet geoogst of het andere is in den grond. Zeer dikwijls gunt men hem niet eens den tijd, die er tusschen den vorigen oogst en de bewerkingen voor den volgenden aanplant verloopen moet. Tusschen hel hoofdgewas teelt men eew atrder, dat in bloei staat, als het eerste wordt geoogst, en dat op zijn beurt oogstbaar wordt, als weer een ander gewas daarlusscben aan het groeien is. Zoo plant men bijv. rijst. Daartusscheu komt djarak, die bloeit als de rijst kan gesneden worden. Onmiddellijk zaait men op den omgeploegden grond katjang, die nog te veld staat, als de vruchten der djarak soms plukhaar zijn.

Zonder water, dat er ook niet heen te leiden is dan ten koste van millioenen, raken de tegallan's hier met eiken oogst meer uitgeput. Aan den voel der heuvels en bergen, waar zich aanhoudend afgespoelde vrucbtbaarmakende bestanddeelen ophoopen, is dat niet blijkbaar. Daar kan men velden zien, twintig jaar en langer bebouwd en allijd door hetzelfde opbrengende. Soms neemt in de eersle jaren zelfs het beschot toe. Zoo vonden wij een stuk roode klei, dat in 1876 acht amël's padi en tachtig dangan djarak, in 1877 negen amët's padi en tachtig dangan djarak, in 1878 tien amët's padi en negentig dangan djarak opbracht. Het was een baboe grool en vroeger een weide geweest.

Een andere tegallan, vier jaar geleden aangelegd op eene weide, bracht op:

1876 — 6 amët's padi en 2500 loempang's tabak;

1877 — 6 amët's padi en 2500 loempang's tabak;

1878 — 8 amët's padi en 5000 toempang's tabak.

Een andere tegallan, roode klei met zand, en een halve bahoe groot, gaf in:

1876 — 5 amël's padi en 30 dangan djarak;

1877 — 31/, amët's padi en 25 dangan djarak;

1878 — 4 amël's padi en 30 dangan djarak.

Weer een ander stuk op roode klei, 550 roeden groot, rendeerde in:

Sluiten