Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25 □ R. R.. om bij de herleiding der opbrengst van een bahoe niet tot verkeerde uitkomsten te komen.

Eenige voorbeelden van opbrengst, voor de gelijkvormigheid herleid tot 10 Q R. R. volgen hieronder:

Ti'd der Opbrengst per Prijs op de naast-

r Grond. 10 □ li. lt. in bijzijnde pasar

proefneming. , ...

katti s. belaald.

Augustus. tegal. 16 f 0.30

13 . 0.28

10 . 0.18

November. sawali. 13 . 0.34

15 . 0.42

December. ■ 11 . 0.28

Per bahoe komt men gemiddeld tot 6 pikol's zaden en f 15 waarde. Voor de tegal's is dit zonder de tusschengroeiende djarak.

WIDJÈN.

De widjèn wordt hier in onbeduidende uitgestrektheid geteeld, en dan altijd op tegallan's. Het meest vindt men haar nog tusschen gogo in, verbouwd op rijen, die twee en meer roeden van elkander zijn verwijderd. De tegal's voor widjèn liggen in de vlakte, en ondergaan dezelfde beploeging en bewerking als voor de gogo, maar laten, in onderscheid met de rijst, den grond voor eene volgende cultuur, bijv. van djarak, genoegzaam bewerkt. Zij wordt in het begin van den regentijd gezaaid in rijen, waartoe men op twee voet afstand voren trekt. Het zaad zelf komt droog, en vermengd met zand, om aankleving te voorkomen, in den grond. Drie katti's is per bahoe voldoende, ofschoon men wel tien en vijftien katti's gebruikt.

De Inlander kent de »widjèn-kèbo'l. met vierkanten stengel en zwarte zaden, en de »mdjèn-sapi", met een gedeeltelijk ronden stengel, smallere bladen en bruine zaden. Hij onderscheidt bij den groei de volgende perioden:

Sluiten