Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groeit de »tërong-ngor", met dorens op bladeren en vruchten, en bitter van smaak.

In het kweekbed, welks aanleg in eenige verloren oogenblikken geschiedt, onderscheidt de Inlander als perioden van groei:

r>tikel", als de ontkieming is afgeloopen;

»loempang", als de eerste blaadjes ontloken zijn;

»mit)issi", als de bladeren zoo groot zijn als de »pitjis"; «gobangngi", als zij zoo groot zijn als gobang's; »semoeroeh", als zij op sirih-bladeren gelijken.

De plantjes zijn nu anderhalve maand oud, worden overgeplant, hetgeen in de middaguren geschiedt over 10 □ 11. R. per uur, en daarna dadelijk begoten. Dit begieten wordt dagelijks gedaan tot de planten opgefleurd zijn (lilir) en kost evenveel arbeid als bij de tabak.

Na de overplanting onderscheidt men:

"lilir", als de planten herleven;

•>gëmilap", als de bladen blinken in den zonneschijn; »andoem pang", als de takken uitschieten;

»kembatigde bloei;

»pentilals de vruchten gezet zijn;

»oendoeh", het plukken.

Men behakt eens den grond in den tijd gëmilap, ongeveer 21 dagen na de overplanting, en nog eens eene maand later, even voor de bloei. Twee en eene halve maand na de overplanting kan het plukken beginnen, dal, al naarmate de vruchten rijpen, anderhalve maand duurt. De proefvakken, die van 10 tot 25 □ R. R. groot waren, werden in vier keer afgeplukt. Herleid, voor de gelijkvormigheid, tot 10 □ R. R., was de opbrengst:

Tijd van den : ,, . per [)aarvan verkregen

J . Grond. 10 □ R. R. in B

oogst. kaU.>g prijs ter pasar.

October sawah 280 f 1.05

260 • 0.96

I 130 * 0.96

Sluiten