Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grond niet leien kon. Men slaat de sloppels, >doedoeh", neer of verbrandt die, nadat de padi van de sawah is; laat liet water een paar duimen in, en zaait. Het zaad zelf legt men eerst een paar dagen in de zon te drogen en weekt het daarna vier en twintig uur. Is er geeu water, dan steekt men lusschen de stoppels met den pootstok op 10 X '0 Rduim gaten en werpt er de boontjes in, hetgeen door een paar menschen over 8 □ R. R. wordt gedaan per uur. Deze werkwijze wordt, ook bij voldoende water, meestal gevolgd, omdat door de gelijkere afstanden de opbrengst grooter is, en ook omdat men veel minder zaad behoeft; zaaiende heeft men 60 tot 75 katti, en potende het derde er van per bahoe noodig. Per bahoe wordt gerekend op 20 tot 25 katti, die in den tijd van de bepoting eene waarde hebben van 5 cent per katti. Op tegal's doet men evenzoo na eens ploegen. En nu heeft men slechts drie maanden te wachten om te oogsten. Waar het zaad niet gepoot is, maar bloot op het veld ligt, waakt men over dag voor de vogels. Alle andere arbeid is overbodig, daar die maar de bladeren ontwikkelen zou, ten koste van de vruchtvorming. Alleen moet de spinazie en ander hoog onkruid, dat schaduw geven zou, omgekapt worden. Vrees voor mislukking is er weinig, als er van tijd tot tijd eens regen valt; de verschillende rupsen toch, die op het gewas leven, tasten slechts de bladeren aan. Dit gewas is zoo verleidelijk, dat hij, wiens grond te hard is tot polen, met den koevoet eenige kluiten lossteekt, om in dé gaten kadëlé-zaden te werpen. Men onderscheidt er bij de volgende perioden van groei:

»toekoelals het plantje zich vertoont;

«koepoe", als de zaadlobben ontvouwen zijn;

'toempang godong", als vier blaadjes zijn ontloken; •gèmilap", als de bladeren in volle ontwikkeling zijn en glinsteren;

»lemènggohals de plant hare volle hoogte heeft;

»andoem pang", als de takken uitschieten;

»kembangde bloeitijd;

"kèpèli", als de peulen gevormd zijn;

Sluiten