Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beweging op de pasar's, maar nergens vertier. Dit begint pas als er geld en daarmede koopkracht onder de bevolking komt. Maar dan scheiden ook de landbouwers met hunne nevenbedrijven uit. Dan gaan zij niet meer naar de wildernis, maken ten hunnent geen bamboe- of rottan-werken. geen karoeng's of matten, en verkoopen geen etenswaar of versnapering meer. Dan is eerst duidelijk, wie den landbouw of iets anders tot hoofdmiddel van bestaan heeft. Maar dan breken ook voor de eigenlijke ambachtslieden en neringdoenden de ware maanden van verdienste aan, welke weer uitscheiden als de krappe tijd invalt, en de landbouwers met hen gaan concurreeren. Men kan aannemen, dat alle landbouwersfamiliëu, hetzij in meer of mindere mate, aan eenig nevenbedrijf, hetzij verzamelende of handelende of eenig ambacht uitoefenende, deel nemen, en zulks elk jaar gedurende een tijd, welke langer of korter wordt door verschillende omstandigheden. Het langst vindt men het uitgeoefend, nl. het geheele jaar, door hen, die als eenigen grond hun erf hebben: het korist, door wie hunnen bouwgrond na den rijstoogst met eenig handelsgewas gaan beplanten. Deze laatsten beginnen met het nevenbedrijl wel eens in Februari of Maart, om in Mei of Juni reeds uit te scheiden. Gewoonlijk wordt het uitgeoefend van November tot Mei.

Onmerkbaar bijna beginnende, eerst met onderscheidene voortbrengselen van het erf te verkoopen, en met minder zaken van weelde of overdaad te koopen; langzamerhand toenemende door een enkelen keer boschproducten aan te brengen, door nu en dan eens eene mat te vlechten, potten te bakken, eetwaren te bereiden, hout te verkoopen, en reeds in Januari de inspanning te behoeven van het geheele huisgezin tot Maart: ziet men in April bij hel invallen van den gogo-oogst de werkzaamheid voor de nevenbedrijven verminderen, in Mei en Juni, als de eerste betalingen voor koffie en suiker plaats hebben, bijna geheel uitscheiden. In het begin en tegen het laatst brengen de nevenbedrijven, behalve natuurlijk de verkoop der voortbrengselen van het erf, f 1 tot f "1 per maand op; in Januari, Februari en

Sluiten