Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O s t e r t a g beweerd heeft, dat de intramusculaire enting in dit opzicht betere resultaten geeft dan de subcutane. Moeilijker wordt de methode daardoor in geen geval. In den regel worden de caviae aan de binnenzijde van de femur-, respectievelijk tibiaalstreek geënt, en men kan het materiaal door middel van inspuiting daar even goed intramusculair als subcutaan aanbrengen. Voordeelen van deze methode kon ik echter tot heden niet ontdekken, en ik vind het onnoodig, ze aan te bevelen.

Een en ander doet zien, dat de cultuur-methode en het enten van het meest vatbare proefdier bij tuberculose op den langen weg tot het doel voert, terwijl er op moest worden gewezen, dat in vele gevallen dan ook nog het aantoonen van den tuberkelbacillus als zoodanig wordt geëisc ht. Onder dat aantoonen van den tuberkelbacillus als zoodanig wordt dan verstaan, het door een kenmerkende kleurreactie te voorschijn roepen van een staafjesvormige bacterie, groot 3 tot 6 micron, recht of licht gebogen, soms hoekig gebogen, soms massief gekleurd, soms uit korrels bestaande, zooals Koch het in 1882 het eerst heeft beschreven. Want, in tegenstelling met de oorzaken van verschillende andere besmettelijke ziekten, is de tuberkelbacillus, welke door middel van cultuur of dierenting slechts op den langen weg is aan te toonen, met vrij groote zekerheid te onderkennen door middel van een kleuringsprocédé, dat, alhoewel niet zeer eenvoudig, dan toch ook voor toepassing in de praktijk zeker niet te moeilijk is.

Het is hier de plaats om in het kort in te gaan op den arbeid van Koch. In 1882 deelde hij mede, de oorzaak van de tuberculose, den tuberkelbacilllus, ontdekt te hebben, en in 1884 gaf hij een uitvoerige mededeeling omtrent de doorhem verrichte onderzoekingen. Onderzoekende, of in het tuberculeus veranderde weefsel pathogene organismen voorkwamen, begreep hij, op groote moeilijkheden te zullen stuiten, daar aan andere onderzoekers tot heden zoo iets niet gelukt was. In het eerst waren zijn pogingen ook vruchteloos, maar toen hij aan een methyleenblauw-oplossing kalium toevoegde (1 cM3. geconcentreerde alcoholische methyleenblauw-oplossing, 200 cM3. gedestilleerd water, 0.2 cM3. 10 proc. kaliloog), en gedurende 24 uren kleurde, vond hij fijne staafjes, die naar hij meende ook sporen konden vormen. De kleuring gelukte het eerst bij dekglas-praeparaten; in doorsneden ging het veel moeilijker. Alleen door een geconcentreerde vesuvineoplossing als contrastkleur te gebruiken, slaagde hij. Maar al spoedig

Sluiten