Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Echter kan ik op de aangelegenheid niet diep ingaan. De geheele tuberculine-therapie gaat uit van de door Koch in 1890 en 1891 medegedeelde bevinding, dat de enting van tuberkelbacillen bij een cavia, die reeds tuberculeus is, geheel anders, en wel goedaardiger, verloopt dan bij een, die gezond is. Er schijnt dus door de eerste infectie immuniteit opgetreden te zijn. Spoot hij bij gezonde Guineesche biggetjes gedoode cultuur in, dan trad een locaal proces op, een locale ettering. Spoot hij die gedoode bacillen nu echter bij reeds tuberculeuze dieren in, dan volgde spoedig de dood. Door evenwel dergelijke zieke dieren langzaam en voorzichtig met stijgende doses gedoode bacillen te behandelen, gelukte het, ze in beteren toestand te brengen. Hij merkte daarbij op, dat de gedoode bacillen gedurende geruimen tijd onveranderd op de entplaats bleven liggen, zoodat het genezende, d. w. z. grootere immuniteit resp. genezingskracht opwekkende, beginsel der bacillen dus uitgeloogd moest worden. Dat bracht Koch op het denkbeeld, zijn culturen uitte 1 o o g e n, en op die wijze ontstond de tuber' culine.

Daarna bestudeerde Koch de werking der tuberculine bij gezonde en tuberculeuze menschen. De mensch was veel gevoeliger, zelfs in gezonden toestand, voor de tuberculine dan de cavia. Meenende, dal de tuberculine direct inwerkte op tuberculeus weefsel en dit deed afsterven, respectievelijk als het ware versmelten, gaf hij een bepaalde therapie aan, berustende op de herhaalde inspuiting, soms van stijgende dsses tuberculine. Zooals men weet, had de behandeling echter niet steeds met de noodige voorzorgen plaats, en de resultaten waren ongunstic-

Thans is dat anders. De berichten over goede resultaten, verkregen door de behandeling met zeer kleine doses tuberculine, waarbij men langzaam wat de hoeveelheid betreft stijgt, zonder onaangename nevenwerking te krijgen, nemen met den dag toe.

Het schijnt, en K o c h is zelf deze meening toegedaan, dat de tuberculine-therapie ook in waarde gewonnen heeft door het feit, dat zij zich op grond van de opsoriine-theorie van W r i g h t gemakkelijker en wetenschappelijker laat controleeren. Wanneer het langzaam maar geleidelijk inbrengen van stijgende doses tuberculine bij tuberculeuzen tot resultaat moet hebben een tot genezing brengenden immuniieitstoestand, dan moet de stijging van het aantal phagocyten, hetwelk tuberkelbacillen opneemt, als gevolg van de stijgende hoeveelheid opsoninen een maat voor het resultaat der therapie vormen. We moeten dus een stijging krijgen van den opsonischen index. Voor nadere bizonderheden moet naar het werk van Wright zelf worden verwezen. Het spreekt wel van zelf, dat de waarde van de methode

Sluiten