Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

31.

Ngoko. Krama

, ■, I langkoeng, kelaii^koensj / , .

loewili ' erg, buitengewoon.

( ot sakelangkoeng; I

ngloewihi nglaugkoengi // „

Waar breng je dien brief heen? Is dit je boek? Dat is mijn boek niet. Sidin egt zijne sawah's. Wil je met mij meegaan naar • de markt? Ik zag niemand. Ik hoor Uwe stem, maar zie U niet Als je naar die desa gaan wilt, moet je de rivier over. Heb je wel eens met een geweer geschoten? Het kleine kind sloeg den hond. Ik kan mijne schuld niet betalen. Waar loopt deze weg op uit? Deze weg loopt naar het Noorden, tot aan Asem. Heeft die kip al eieren gelegd? De soldaten verwoestten het land. Weet gij, wie het huis van den loerah van Tangkisan in brand heeft gestoken? Kan je deze koffer dragen? — In 't dorp Tjalpitoe, aan den voet van den berg Lawoe, woonde een kluizenaar, genaamd Ki Djabaléka. Ki Djabaléka had één zoon, schoon van gelaat (voorkomen), genaamd Mas Mantja. Deze Mas Man tja ging heen uit Tjalpitoe, met het plan op het Zuiderstrand een kluizenaarsleven te gaan leiden (= tapa). Hij hield stil te Banjoe-biroe, en ging aan bij Ki Boejoet van Banjoe-biroe.

32.

Het is nu al de tijd, om djagoeng te planten. Bewerk je zelf al je sawah's? Ik heb hem zelf gezien. Ts dat je eigen tegal? De lieden gingen terug, elk naar zijn eigen huis. Ik ga eerst naar huis, van middag kom ik weer hier. Ik kwam hier om buffels te zoeken, maar ik heb ze niet gekregen. Is Dita je oudere of je jongere broer? Heeft je oom kinderen? Neen, wat meer is, hij is nog niet getrouwd. Den hoeveelsten vertrek je naar Oengaran? Den twaalfden van de maand Soera. Ik moet nu naar huis, want mijn vrouw is ziek. — De eigenaar van die fabriek wil geen Ohineezen gebruiken, om (= die) werk in de fabriek te verrichten. Hij gebruikt alleen maar Javanen. — Was je gisteren ziek, dat je niet hier gekomen bent? Neen, ik

Sluiten